Samenwerken in overheidsland

Samenwerkingsvormen

 

Samenwerken in overheidsland

Gemeenten, provincies, waterschappen en andere overheidsorganisaties werken op veel manieren samen. Zowel onderling als met bedrijven, instellingen en maatschappelijke organisaties. Tal van opgaven vragen om een gezamenlijke aanpak. Of het nu gaat om stedelijke vernieuwing, natuurontwikkeling of in het sociale domein. Onder de noemer van co-creatie en partnerschap ontstaan allerlei samenwerkingsverbanden. Maar welke samenwerkingsvormen zijn er eigenlijk? Welke juridische spelregels gelden er? En wat is de juiste samenwerkingsvorm voor mijn opgave? Hoe maak ik de juiste keuze?

Na afloop van de studiedag:

·    Kent u de wettelijke mogelijkheden voor publiek-publieke samenwerking op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

·    Weet u wanneer u wel of juist niet moet kiezen voor rechtspersoonlijkheid van uw samenwerkingsverband;

·    Weet u wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen publiek-publieke en publiek-private samenwerking;

·    Kunt u uw bestuurder goed voorlichten over de zeggenschap binnen de samenwerking en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

·    Kent u de mogelijkheden en grenzen van de contractsvrijheid bij samenwerking;

·    Heeft u een overzicht van de belangrijkste criteria om tot een samenwerkingsvorm te komen;

·    Weet u over welke onderwerpen u bij samenwerking ten minste afspraken zou moeten maken.

 

U wordt van harte uitgenodigd om zowel vooraf als tijdens de studiemiddag uw eigen juridische vragen over samenwerking in te brengen. Voor vragen en discussie is uiteraard voldoende gelegenheid. De deelnemers ontvangen bij aanvang van de cursus een syllabus. Daarin zitten de PowerPoint presentatie, een overdruk van relevante wetsartikelen, achtergrondinformatie en actuele en relevante rechtspraak.

 

Voor wie:

De doelgroep betreft (beleids)medewerkers bij (organisatie)adviesbureaus, gemeenten, provincies, waterschappen, gemeenschappelijke regelingen en andere overheidsinstanties die werken voor/aan samenwerkingsverbanden met de overheid.

 

De te behandelen onderwerpen:

  • Welke spelregels gelden er voor publiek-publieke samenwerking?
  • Welke samenwerkingsvormen biedt de Wet gemeenschappelijke regelingen?
  • Wat is rechtspersoonlijkheid? En waarom zou ik kiezen voor een samenwerkingsvorm met rechtspersoonlijkheid?
  • Wat betekent de keuze voor een samenwerkingsvorm voor de politiek-bestuurlijke invloed en zeggenschap van mijn organisatie?
  • Welke samenwerkingsmogelijkheden zijn er bij samenwerking met private partijen?
  • Wie heeft het voor het zeggen in mijn samenwerkingsverband (over stuurgroepen, directeuren, algemene en dagelijkse besturen)? En hoe zit het met de verantwoording over die zeggenschap?
  • Hoe beheers ik financiële en juridische risico’s bij samenwerking?
  • Betekent contractsvrijheid ook ‘vrijheid-blijheid’ bij contractuele samenwerking?
  • Van intentieverklaring tot exploitatieovereenkomst: wat is wettelijk geregeld en wat mag ik zelf regelen?
  • Door deelnemers in te brengen praktijkvragen.