Nieuwsbrief maart 2019

Nieuwsbrief MAART 2019

nieuwsbrief-september-201-000
|

|

  • De Algemene wet bestuursrecht… 25 jaar jong, nu en in 2030?
  • Sterk schrijven als jurist;
  • Duurzaam bouwen;
  • Grondeigendom en kostenverhaal in de Omgevingswet.

 

De Algemene wet bestuursrecht… 25 jaar jong, nu en in 2030?

Het is inmiddels ruim 25 jaar geleden sinds ik in diverse plaatsen in het land de basiscursus Algemene wet bestuursrecht mocht geven. De vraag rijst nu of het geesteskind van Michiel Scheltema, dat destijds een prima en actuele wet was, nog “helemaal van deze tijd” is ondanks diverse wijzigingen en aanpassingen? Is de Awb in beweging en blijft deze wet  dat ook de komende jaren? Hoe zit het met de ontwikkelingen in de samenleving?

Het antwoord op deze vragen is niet altijd gelijkluidend. Een feit is wel dat de doelstellingen van deze wet, geformuleerd als: bevorderen van de rechtseenheid, het systematiseren en vereenvoudigen van het bestuursrecht en vooral het codificeren van ongeschreven administratiefrechtelijke regels, wel zijn bereikt. Daarnaast is het een feit dat er serieuze en noodzakelijke belangstelling voor de Algemene wet bestuursrecht is geweest: iedere jurist en bijna iedere ambtenaar kan niet leven zonder kennis te hebben van deze wet. Er is eenheid ontstaan in het bestuursrecht en dat wordt ook als zodanig gevoeld in de bestuursrechtelijke wereld. Het lijkt erop dat de doelstellingen zijn bereikt, maar was het ambitieniveau van destijds van de grondwet 1983, zijnde “de wet stelt algemene regels van bestuursrecht vast”, wel hoog genoeg? Het draagvlak van de Awb is er nog altijd: bestuurders moeten netjes en zorgvuldig en transparant handelen en steeds de juiste belangenafwegingen maken, vooral het gevolg van een onderliggend juridisch kader.

Echter wat de eenheid betreft: denk eens aan de steeds schuivende begrippen “besluit en belanghebbende”. Zijn deze stabiel gebleken in de jurisprudentie en bij de toepassing van de wet? Heeft iedere bestuurder en ambtenaar en zeker “de burger en de advocaat” nog steeds voldoende houvast bij hun werkzaamheden? De tekst van de Awb is – met diverse wijzigingen en aanpassingen – goed te volgen, maar houden burgers en overheid rekening met elkaars belangen (de zgn. wederkerige rechtsbetrekking)? Is die wederkerigheid er? Daarbij komt ook dat het bestuursrecht in de praktijk niet hetzelfde is gebleken. Aanvankelijk stonden de kernbegrippen zeer centraal, maar tegenwoordig worden er steeds meer afspraken gemaakt met de overheid. Dus blijft de wederkerigheid van belang, maar moet er dan ook niet meer nagedacht worden over een ander besluitbegrip en het begrip belanghebbende?

|

 

Ook is steeds meer van belang dat het mensbeeld van de wetgever in de loop der jaren is veranderd. De burgers en bedrijven worden steeds vaker gezien als “fraudeur en leugenaar” en dat heeft ook grote gevolgen voor de wetgeving en rechters die daarop toetsen. Moet in de wetgeving niet vaker rekening gehouden worden met de persoonlijke omstandigheden van mensen? Het is de vraag of de overheid daarop wel met wetgeving en besluiten voldoende aansluit? Is het plegen van een telefoontje of mailtje vanuit de overheid vaker al niet een groot deel van duidelijkheid en een groot deel van de oplossing? Is dat niet wederkerigheid? Moet er niet vaker sprake zijn van meer souplesse en zeker minder formalisme en zou er niet in de wet een bepaling opgenomen moeten worden dat “het bestuur zorgt voor een goede communicatie met de burger die in bezwaar is gegaan”? Dit als norm voor bestuurs-handelen, maar ook als notie van procedurele rechtvaardigheid. Zouden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet uitgebreid moeten worden? Zouden bestuursrechtelijke contacten niet anders moeten worden benaderd: niet als juridische puzzel, maar als oplossingsgerichte aangelegenheid? Moeten rechters niet eerst gaan “facetimen” met partijen? Is  de samenleving niet op vele fronten sterk veranderd? Hebben de “gele hesjes” niet een beetje (veel) gelijk?

wetboek

|

Het bovenstaande is wellicht nog een stuk toekomstmuziek, maar de veranderingen voltrekken zich steeds sneller! Het is echter ook zaak om met beide voeten op de harde grond te blijven staan en dat betekent dat er thans nog steeds een tweesporenbeleid gevolgd moet worden :

  • rekening houdende met de thans geldende wetgeving en jurisprudentie, maar ook met
  • de huidige snelle ontwikkelingen in de netwerksamenleving, waaraan het bestuursrecht aangepast moet worden. Is het vasthouden aan de 

huidige kernbegrippen nog wel mogelijk? Denk daarbij ook aan de problematiek van de handhaving in het algemeen, de integrale geschillenbeslechting en het stelsel van competentieverdeling en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Vele vragen, maar nog weinig antwoorden.

Tijdens de door ons georganiseerde studiedagen zal ruime aandacht besteed worden aan onder meer:

  • de huidige  actuele jurisprudentie;
  • de kernbegrippen;
  • de toetsing aan de beginselen van behoorlijk bestuur;
  • op de zaak betrekking hebbende stukken;
  • toezicht en handhaving;
  • openbaarheid van bestuur;
  • overheidsaansprakelijkheid;
  • diverse actuele uitspraken.

cursus Actualiteiten en ontwikkelingen Algemene wet bestuursrecht, 19 maart Zwolle

cursus Actualiteiten en ontwikkelingen Algemene wet bestuursrecht, 27 maart Eindhoven

cursus Actualiteiten en ontwikkelingen Algemene wet bestuursrecht, 9 april Woerden

 

Sterk schrijven als jurist

Hoe formuleer je kort en bondig, zonder afbreuk te doen aan de juridische geldigheid van de tekst?

Je besteedt waarschijnlijk al veel aandacht aan het correct formuleren van je juridische teksten. daarbij is ook belangrijk dat je je bevindingen duidelijk en begrijpelijk overbrengt op niet-juristen.

 

Als jurist moet je op veel dingen letten bij het schrijven van een juridische tekst. Een jurist mag bijvoorbeeld geen komma verkeerd plaatsen. Dat simpele leesteken kan namelijk een groot verschil maken! Hoe zat het ook alweer met het kommagebruik in de uitbreidende en de beperkende bijzin?

juridisch schrijven

Een uitbreidende bijzin geeft extra ‘uitbreidende’ informatie en is soms weglaatbaar. Een beperkende bijzin kun je nooit weglaten en specificeert (‘beperkt’) de informatie in het zinsdeel dat ervoor staat.
 
Een voorbeeld: ‘De juristen die het verweer niet hadden voorbereid verloren de rechtszaak.’ Horen hier één of twee komma’s in de zin? Dat hangt af van de betekenis.
 
Plaats je een komma na ‘juristen’ en na ‘voorbereid’? Dan betekent de zin dat alle juristen in dit geval de rechtszaak verloren (uitbreidend): ‘De juristen, die het verweer niet hadden voorbereid, verloren de rechtszaak.’
 
Staat er geen komma na ‘juristen’? Dan drukt de zin uit dat enige, maar niet alle juristen de rechtszaak verloren (beperkend): ‘De juristen die het verweer niet hadden voorbereid, verloren de rechtszaak.’
 
Advies: wees alert op dit soort bijzinnen als je je juridische teksten schrijft! Twijfel? Leg je zin voor aan een collega.

In de training ‘Sterk schrijven als jurist’ leer je als jurist of beleidsmedewerker bij de (semi)overheid hoe je heldere bestuursvoorstellen, brieven, adviezen en memo’s kunt schrijven voor bestuurders, inwoners en collega’s. Tijdens de training ontvang je praktische opmerkingen en tips over de opbouw en vormgeving van je persoonlijke schrijfstijl. Hiermee kun je je schrijfstijl verder professionaliseren.

Vanzelfsprekend behandelt de training ook diverse struikelblokken bij het schrijven van foutloos Nederlands. Dit gebeurt door middel van korte oefeningen en uitleg daarbij.

|

Tijdens de training zullen de volgende onderwerpen behandeld worden:

  • juridisch verantwoorde teksten schrijven;
  • juridische vraagstukken begrijpelijk verwoorden op papier;
  • juridisch jargon ‘vertalen’ voor inwoners, bestuurders of collega’s;
  • teksten en alinea’s helder opbouwen volgens een beproefde schrijfmethode;
  • prettig leesbare zinnen formuleren;
  • foutloos Nederlands schrijven;
  • een efficiënt schrijfproces volgen, zodat je deadlines makkelijker haalt;
  • praktijkvragen vanuit de deelnemers.

|

Duurzaam bouwen

Duurzaam bouwen is onbetwist één van de meest actuele en besproken opgaven van deze tijd. Maar toch voelt dit onderwerp voor velen nog vaak als een enigszins ongrijpbaar fenomeen. Wellicht is dit ook een van de redenen dat het debat over duurzaamheid meestal beperkt blijft tot een discussie over zonnepanelen, warmtepompen of windmolens. En dat maakt de noodzakelijke omschakeling naar een duurzame samenleving er niet eenvoudiger op.

Tijdens deze interactieve masterclass laten we u zien dat duurzaam bouwen veel verder reikt dan de welbekende energietransitie en maakt u korte metten met de verschillende misvattingen en onduidelijkheden die rondom dit thema leven.

duurzaam4

|

Daartoe geven we u een brede inkijk in de achtergronden en uitgebreide mogelijkheden van duurzaam bouwen, leiden we u rond langs de belangrijkste doelstellingen en wettelijke normen en laten we u uiteraard vele inspirerende en concrete voorbeelden zien.

Tijdens de masterclass krijgt u uitgebreid antwoord op vragen als:

  • Wat verstaan we nu eigenlijk precies onder duurzaamheid?
  • Wat is een circulaire economie en wat betekent dat voor de bouwsector?
  • Wat bepaalt of een stad of gebouw duurzaam is?
  • Wat zijn de specifieke aandachtspunten bij nieuwbouw en bestaande bouw?
  • Welke rol speelt het ontwerp bij een duurzaam gebouw?
  • Waarop moeten we letten bij het kiezen van materialen?
  • Wat verstaan we onder begrippen als urban mining, biobased en wastebased?
  • Wat is de laatste stand van zaken op het gebied van installaties?
  • Wat zijn de bouwtechnieken van morgen en welke kunnen we nu al gebruiken?
  • Welke wettelijke kaders bestaan er voor duurzaam bouwen?
  • Welke maatregelen zijn nodig om duurzaamheid in de bouw te stimuleren?
  • Hoe kunnen we duurzaam bouwen financieren?
  • Door deelnemers in te brengen (praktijk)vragen.

Grondeigendom en kostenverhaal in de Omgevingswet

Het optuigen en uitbouwen van de Omgevingswet – onbetwist de grootste wetgevingsoperatie sinds de herziening van het Burgerlijk Wetboek eind vorige eeuw – is nog volop in gang. Dit jaar zullen de wetsvoorstellen voor de “aanvullingswetten” Grondeigendom, -Geluid en -Bodem worden ingediend voor de parlementaire behandeling. Door deze aanvullingswetten worden nieuwe hoofdstukken in de Omgevingswet geïncorporeerd.

De Aanvullingswet grondeigendom zorgt er voor dat de Wet voorkeursrecht  gemeenten (Wvg), de Onteigeningswet (Ow) en de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg) een plaats krijgen in de Omgevingswet. De Onteigeningswet en de Wvg worden daarbij gestroomlijnd en aanzienlijk vereenvoudigd.

Diverse partijen hebben tijdens de internetconsultatie, en ook in de literatuur, zorgen geuit over de positie en de bescherming van de eigenaar in de voorgestelde onteigeningsregeling, die naar hun mening verslechteren ten opzichte van de huidige regeling in de Onteigeningswet. Ook in de genoemde adviezen wordt aandacht gevraagd voor de positie en rechtsbescherming van de eigenaar. Uit de consultatiereacties en het grootste deel van de adviezen komt onder meer naar voren dat een verplichte rechterlijke betrokkenheid bij de beoordeling van de rechtmatigheid van onteigenings-besluiten zeer gewenst is.

 Tijdens de door ons georganiseerde studiemiddagen wordt een volledig overzicht gegeven van de actuele stand van zaken met betrekking tot de voorgestelde regeling voor grondeigendom in de Omgevingswet, met speciale aandacht voor de wijzigingen in de onteigeningsprocedure en  de procedures van de Wvg. Ook de gestroomlijnde regeling voor grondexploitatie en kostenverhaal – mede in relatie tot het recht op zelfrealisatie van de grondeigenaar-  zullen daarbij de revue passeren.