Nieuwsbrief april 2016

Nieuwsbrief APRIL 2016

bureau-kennis-nieuwsbrief

  • Inhoud en de (mogelijke) consequenties van de Wet natuurbescherming;
  • Gemeenteraad en informatievoorziening door prof. D.J. Elzinga;
  • Praten met de pers; De Omgevingswet aangenomen;
  • Procesmanagement;
  • Klachtbehandeling volgens de Awb

Inhoud en de (mogelijke) consequenties van de op handen zijnde Wet natuurbescherming

 

Na de Tweede en Eerste Kamer doorlopen te hebben, is de Wet natuurbescherming op 19 januari 2016 in het Staatsblad gepubliceerd. Naar verwachting treedt deze nieuwe wet op 1 januari 2017 in werking, zo heeft het ministerie van Economische Zaken laten weten.

De Wet natuurbescherming vervangt straks drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Een omvangrijke en ambitieuze operatie van de wetgever, met belangrijke gevolgen voor de huidige taken en bevoegdheden van zowel provincies als gemeenten. Het is dan ook goed om nader stil bij de inhoud en de (mogelijke) consequenties van de op handen zijnde Wet natuurbescherming voor de praktijk.

Tijdens de geplande studiemiddag wordt u bijgepraat over de belangrijkste onderdelen en actualiteiten van de Wet natuurbescherming. Aan de orde komen:

1. Welke onderwerpen regelt de nieuwe Wet natuurbescherming?

  • Vervanging van drie wetten door één integrale wet;
  • Doelstelling is de vereenvoudiging van regels ter bescherming van de natuur, decentralisatie van bevoegdheden naar provincies (uitgangspunt ‘decentraal tenzij’) en goede aansluiting op het omgevingsrecht.

2. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige wetgeving?

  • Europese regelgeving uitdrukkelijk als uitgangspunt;
  • Wn bepaalt dat natuur intrinsieke waarde toekomt;
  • Decentralisatie: verschuiving taken en bevoegdheden van Rijk naar provincies;
  • Instrumenten: nationale natuurvisie en verplichte provinciale natuurvisie;
  • Provincies krijgen de bevoegdheid om gebieden aan te merken als “bijzondere provinciale natuurgebieden”;
  • Verandering rol gemeenten: “verplicht aanhaken”.

3. Zijn er haken en ogen aan de toekomstige uitvoering van de nieuwe wet?

nieuwsbrief-april-2016-001

  • Mogelijke problemen bij de uitvoering door gemeenten;
  • Handhaving van natuurwetgeving problematisch in de praktijk;
  • Verlaging beschermingsniveau van soorten: belang van actieve soortenbescherming.

4. Slot: de uiteindelijke doelstelling van het kabinet is integratie van de Wet natuurbescherming in de Omgevingswet.

Gemeenteraad en informatievoorziening door prof. D.J. Elzinga

Een lokale volksvertegenwoordiging kan haar controlerende rol alleen vervullen, als zij over alle informatie kan beschikken die voor de controle nodig is. De gemeenteraad is uiteindelijk het orgaan dat het handelen van het college en de burgemeester legitimeert. Er zijn verschillende regelingen en voorschriften in de wet opgenomen die een goede informatievoorziening aan de raad moeten garanderen. De artikelen 169 en 180 in de Gemeentewet hebben betrekking hebben op deze informatieplicht. Raadsleden kunnen op diverse wijzen aan de benodigde informatie te komen: mondelinge, schriftelijke en technische vragen, interpellaties, raadsvoorstellen etc. Daarnaast zijn er rekenkamers ingesteld. De raad heeft het recht om onderzoek te doen en daarnaast heeft het college een passieve en actieve informatieplicht.

De controlerende rol van de gemeenteraad staat of valt met een adequaat systeem van informatievoorziening. De griffies spelen hierin een cruciale rol, maar ook gemeenteraden moeten duidelijk aangeven welke informatie men wel en welke men niet wil. Te veel informatie is even erg als te weinig informatie. Informatie is lang niet altijd objectief en dan rijst de vraag hoe de gemeenteraden die informatie wel min of meer kunnen objectiveren? Het gaat hier om macht en tegenmacht en dat vereist bezinning op de manier waarop informatiestromen worden geordend.

Op 14 juni geeft prof. D.J. Elzinga een masterclass die bedoeld is voor griffiers en griffiemedewerkers, maar ook voor raadsleden en bestuurders. De deelnemers worden intensief betrokken bij de gedachtewisseling en er wordt gereflecteerd op informatievraagstukken uit de bestuurspraktijk

Praten met de pers

Communiceren doen we allemaal en zelfs als je zwijgt, stem je toe. Of niet? De wereld van het geschreven en gesproken woord is complex. En dankzij nieuwe, digitale technieken gaat het woord snéller dan ooit, zijn het er méér dan ooit en is de boodschap achter het woord soms onbeduidender dan ooit. Email, twitter, (whats)app, facebook en linkedin. Websites, radio en tv. De papieren krant heeft het nakijken. Met een smartphone of iphone is iedereen, overal en altijd bereikbaar. Wereldwijd in een paar seconden. Goed nieuws, slecht nieuws, feiten en verzinsels, bloopers. Maar nog steeds geldt: reputaties komen te voet en gaan te paard. Hoe ga je daarmee om?

In samenwerking met een ervaren communicatieadviseur zijn 4 modules voor Nieuwsbrief april 2016 www.bureau-kennis.net communicatietrainingen gemaakt:

  1. Praten met de pers
  2. Crisiscommunicatie (calamiteit, crisis, AZC/noodopvang)
  3. Burgerparticipatie en G1000
  4. Omgevingscommunicatie (bestemmingsplannen, infrastructuur)

De eerste module (Praten met de pers) wordt komende periode op een drietal locaties in het land gegeven.

nieuwsbrief-april-2016-005

Tijdens deze training wordt op een praktische manier uitgelegd hoe je omgaat met de pers. Van eenvoudige maar belangrijke basisbegrippen en uitgangspunten. Tot en met het formuleren van boodschappen en handige tips en trucs. Van onze vrijheid van meningsuiting en de onvolprezen transparantie van de overheden tot en met de wet openbaarheid van bestuur (gratis tot zes kopieën). Wie doet de perswoordvoering en wat ga je zeggen. Wat is je boodschap en met wie moet ik dit afstemmen? Gemeenten, provincies en het rijk worstelen vaak met media en journalisten. En journalisten spelen overheid en politici handig tegen elkaar uit. Hoor en wederhoor toepassen, heet dat. En morgen weer vroeg op voor een nieuw verhaal.

De Omgevingswet aangenomen

De Omgevingswet is aangenomen door de Eerste Kamer. Leidt dit tot verbetering? Een moeilijke vraag. Heel veel is namelijk nog niet bekend.

Er is een koppeling gelegd naar een digitaal systeem, dat gefaseerd tot stand moet komen. De basis hiervan moet er zijn op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. In de periode 2019-2024 moet het verder worden ontwikkeld. Nu ben ik niet zo’n digitaal mens als wellicht zou moeten, maar hierbij bekruipt mij een onplezierig gevoel. Het gaat nogal eens mis met digitalisering en het onder tijdsdruk ontwikkelen daarvan lijkt mij een groot risico.

De Omgevingswet is een instrumentele wet. Daarin staat dat we beleid moeten maken met omgevingsvisies en programma’s, dat bindende normen moeten worden opgenomen in omgevingsverordeningen en omgevingsplannen en dat concrete besluiten op allerlei manieren genomen kunnen worden, bijvoorbeeld via omgevingsvergunningen en. De wet bevat naast deze kerninstrumenten nog andere instrumenten, zoals bijvoorbeeld omgevingswaarden. Deze instrumenten worden verder uitgewerkt in vier AMvB’s, die ook het beschermingsniveau voor onderdelen van de fysieke leefomgeving zullen regelen. Die AMvB’s komen dit jaar.

Dan wil de wetgever ook een paradigmawisseling tot stand brengen. De praktijk moet anders tegen de fysieke leefomgeving gaan aankijken en alleen het noodzakelijke regelen. Die andere kijk moet gestoeld zijn op een integrale aanpak en samenhang. Er moet een omslag gemaakt worden naar duurzame ontwikkeling en er moet meer ruimte zijn voor innovatie. Verder moet er gewerkt worden via een beleidscyclus en geldt binnen de overheid het subsidiariteitsbeginsel (decentraal, tenzij…). Tenslotte zijn er meer mogelijkheden voor delegatie en is er aandacht voor burgerparticipatie.

Deze paradigmawisseling – en dan met name de verandering naar een duurzame samenleving – ondersteun ik van harte. Het werken met een beleidscyclus vind ik eigenlijk vanzelfsprekend. Werken vanuit samenhang en een integrale aanpak: ook dat zou eigenlijk geen paradigmawisseling nodig moeten hebben. De Wro en de WRO gingen daar al vanuit. Ik heb nog geleerd dat de WRO een facetwet was, waarin alles samenkwam en tegen elkaar werd afgewogen om uiteindelijk te landen in een ruimtelijk besluit. Dat het niet uit de verf is gekomen, is dus een gevolg van mensenwerk: politiek, communicatie, geld, onvermogen tot samenwerking en persoonlijke voorkeuren. De omgevingswet is een dappere poging om dat te verbeteren. De wet is daarmee ook heel ambitieus.

nieuwsbrief-april-2016-009

Een verbetering? Alles overziende wel. Alleen de bundeling van wetgeving is een enorme verbetering. Het huidige rechtssysteem is zo ingewikkeld en ontoegankelijk, dat het niet meer uit te leggen is. Straks hebben we weer een systeem dat je in een redelijke tijd kunt leren en dat overzicht biedt.

Ook het inzetten op de paradigmawisseling vind ik een verbetering. Het is onder de WRO en de Wro niet gelukt om de theorie in praktijk te brengen. Door alle aandacht die er nu is voor de menselijke factor, lukt dat misschien nu beter.

En tenslotte – en het belangrijkste – de aandacht voor duurzaamheid is een enorme verbetering. Ik ben heel benieuwd wat de maatschappelijke doelen geformuleerd in artikel 1.3 Ow straks in de praktijk zullen betekenen. Ik hoop dat het artikel uit de verf zal komen. Ik ontmoet regelmatig jonge mensen, die bezig zijn met duurzaamheid. Zij steken dat veel minder in vanuit verdienmodellen dan de mensen die er sinds de commissie Brundtland mee bezig (hadden moeten) zijn. Dat geeft hoop op verandering. Het begint immers met een ander realiteitsbesef, een ander gevoel en een andere mentaliteit met betrekking tot onze aarde en fysieke leefomgeving. Dat mis ik sinds 1987. Duurzaamheid was iets voor idealisten. Het wordt nu iets voor realisten

Als de omgevingswet dat voor elkaar krijgt – hetzij via de regels, hetzij als aanjager van een pardagimawisseling – dan zit daar voor mij de winst van de wet. Eindelijk aan de slag met de doelstelling van de Commissie Brundtland.

Ondanks alle risico’s, complexiteiten en zoektochten, die de wet zeker ook zal brengen: ik ga ervoor.

(Voor wie het wellicht niet weet: De Commissie Brundtland was de World Commission on Environment and Development (WCED) van de VN, die in 1987 een rapport publiceerde waarin werd geconcludeerd, dat de belangrijkste mondiale milieuproblemen het gevolg waren van de armoede in het ene deel van de wereld, en de niet-duurzame consumptie en productie van het andere deel van de wereld. Het rapport riep voor het eerst op tot duurzame ontwikkeling. Dit werd gedefinieerd als: “een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in het gedrang te brengen”.)

Procesmanagement

De training Procesmanagement die we organiseren richt zich op de kwaliteit van processen in zowel het bedrijfsleven als de publieke sector. Organisaties stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit van processen, immers een goed verlopen proces draagt bij aan de kwaliteit van het inhoudelijke resultaat. Tijdens deze training worden de diverse ins en outs van procesmanagement onder de loep genomen. U leert effectief invulling geven aan – procesmanagement. De training heeft een sterk praktijkgerichte opzet, zodat u direct de meerwaarde ervan merkt in uw werk.

De training is bedoeld voor beleidsmedewerkers, adviseurs, managers en leidinggevenden die betrokken zijn bij complexe processen en procesontwerp. De training is ook geschikt voor diegenen die in de toekomst deze rol gaan vervullen. Aan de hand van een praktijkcasus wordt de theorie van procesverbetering en het managen van processen besproken. Daarmee krijgt u inzicht in het verloop en structureren van processen (procesontwerp). Verdieping vindt plaats door te oefenen met de leerstof zodat het procesmanagement ook op de eigen situatie wordt toegepast. Na afloop van deze training ben je in staat om bedrijfsprocessen naar een hoger niveau te brengen.

Klachtbehandeling volgens de Awb

Wat is zowel juridisch als praktisch de beste methode om klachten af te handelen?

In Titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht staan de regels voor de behandeling van klachten van burgers en bedrijven door een gemeente, provincie of waterschap. In deze fase, nog voordat de ombudsman in beeld komt, heeft een organisatie de kans om een klacht zelfstandig en naar tevredenheid af te handelen.

Echter, het is vaak niet eenvoudig om een klacht naar tevredenheid van de klager af te handelen en ook nog eens volgens de juiste juridische procedure. Dit kan verschillende redenen hebben, zoals het onderwerp van de klacht, de persoon van de klager en de reactiewijze en -snelheid van de beklaagde

Tijdens deze cursus raak je bekend met de mogelijkheden die de Awb biedt om klachten te behandelen en daarnaast hoe je hier op praktische wijze uitvoering aan geeft binnen je organisatie. Na een toelichting op de wettelijke regels worden de kaders uiteengezet die de Nationale ombudsman heeft ontwikkeld om klachten ‘behoorlijk’ af te handelen. Ook komen de mogelijkheden aan bod om Titel 9.1 Awb verder uit te werken in een interne klachtenregeling en een efficiënt werkproces.

De cursus biedt een combinatie van juridischeen praktische onderwerpen. De cursus begint met een juridische insteek vanuit de Awb; vervolgens worden diverse praktische invalshoeken voor klachtbehandeling belicht. Dit laatste onder meer door het aanreiken van vaardigheden bij klachtbehandeling en de uitwisseling van praktijkervaringen, ook vanuit het dagelijks werk van de docent. De visie van de Nationale- of lokale ombudsman is daarbij het vertrekpunt. Daarnaast worden onder andere de onderwerpen ‘informele klachtbehandeling’ en het schriftelijk en mondeling omgaan met diverse soorten klagers behandeld.