Doel:
Aan het verlenen van een vergunning voor bouwen staat soms een privaatrechtelijke belemmering in de weg. Veel van deze belemmeringen staan beschreven in Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Wanneer gelden deze belemmeringen nu precies? En hoe ver strekken ze?
Als aan een aanvraag geen privaatrechtelijke belemmering kleeft en alle bestuursrechtelijke seinen op ‘Groen’ staan, kan vergunning worden verleend. En als er geen (of zonder succes) rechtsmiddelen worden ingesteld, dan wordt krijgt de vergunning formele rechtskracht. Zo’n onherroepelijk besluit vormt een sterk recht. Niemand kan er meer tegen opkomen, zo lijkt het. Via de bestuursrechter staan namelijk (in beginsel) geen middelen meer open. Via de civiele rechter bestaan nog wel de nodige mogelijkheden voor omwonenden die mordicus tegen het bouwplan zijn. Tot verbazing van de vergunninghouder, die denkt dat hij of zij (eindelijk) kan beginnen en een onaantastbaar recht heeft.
Er is een aantal rechterlijke uitspraken en vonnissen dat antwoord geeft op deze en andere prangende vragen, die aan de orde komen tijdens deze studiemiddag. De meest recente jurisprudentie wordt behandeld. Zodat niet alleen jouw kennis wordt uitgebreid maar je ook collega’s, vergunninghouders en omwonenden uitstekend kunt informeren.
De deelnemers ontvangen bij aanvang van de cursus een syllabus. Daarin zitten de handouts van de PowerPoint presentatie, een overdruk van relevante wetsartikelen, achtergrondinformatie en actuele en relevante rechtspraak. Nadien ontvangt u een certificaat van deelname.
Voor wie:
Gemeentelijke vergunningverleners, ambtenaren bouw- en woningtoezicht, medewerkers vergunningverlening en ruimtelijke ordening die belast zijn met de toetsing van aanvraag voor omgevingsvergunningen bouw, algemene zaken en juristen handhaving, advocaten.
