Nieuwsbrief december 2017

Nieuwsbrief DECEMBER 2017

nieuwsbrief-september-201-000
|

  • Actuele en boeiende bestuursrechtspraak van de Afdeling;
  • Sterk schrijven als jurist;
  • Provincie Limburg handelde evident onrechtmatig;
  • Hoofdzaken;
  • Mobiliteit en inzetbaarheid binnen de overheid.

Actuele en boeiende bestuursrechtspraak van de Afdeling

Het jaar 2017 ligt inmiddels (nagenoeg) achter ons. Gedurende dat jaar heeft de machinerie van de Afdeling bestuursrechtspraak op tal van terreinen nieuwe eindjes aan bestaande jurisprudentielijnen gemonteerd. Er vond een verdere verdieping plaats van het belanghebbende begrip, het vraagstuk “invordering van een verbeurde dwangsom” is verder uitgewerkt, het begrip “beleidsregels” is een eigen leven gaan leiden. Binnen het schadevergoedingsrecht is meer duidelijkheid ontstaan over de grenzen van het causaal verband. Om maar een greep te geven.
De ontwikkelingen zijn stuk voor stuk van belang voor de praktijk van elke bestuursrechtjurist en bestuursrechtadvocaat. De meest in het oog springende ontwikkelingen komen bij deze beroepsbeoefenaren langs in de gebruikelijke (digitale) nieuwsbrieven. Maar er is zoveel meer verschenen dat de nieuwsbrieven niet heeft gehaald.

Tijdens de door ons georganiseerde studiemiddag worden alle relevante en belangrijke ontwikkelingen in de Afdelingsbestuursrechtspraak met u doorgenomen en op een rij gezet. Uw eigen praktijkvragen worden daarbij uiteraard ook in meegenomen.

Aan de orde komen:

  • Handhavingsbeleid;
  • Invordering verbeurde dwangsom;
  • Schadevergoeding;
  • Beleidsregels;
  • Belanghebbende – relativiteitseis;
  • (Kosten) bestuursdwang;
  • Status handhavingssanctie;
  • Vertrouwensbeginsel;
  • Beslissing op bezwaar;
  • Besluitbegrip;
  • Verklaring van geen bedenkingen;
  • Bekendmaken besluit;
  • Van rechtswege verleende (omgevings)vergunning.

Sterk schrijven als jurist

Hoe formuleer je kort en bondig, zonder afbreuk te doen aan de juridische geldigheid van de tekst?

In de training ‘Sterk schrijven als jurist’ leer je als jurist of beleidsmedewerker bij de (semi)overheid hoe je heldere bestuursvoorstellen, brieven, adviezen en memo’s kunt schrijven voor bestuurders, inwoners en collega’s. Je besteedt waarschijnlijk al veel aandacht aan het correct formuleren van je juridische teksten; daarbij is ook belangrijk dat je je bevindingen duidelijk en begrijpelijk overbrengt op niet-juristen.

Tijdens de trainingsdag leer je begrijpelijk én juridisch correct schrijven vanuit je eigen teksten. De twee docenten behandelen je eigen teksten in de cursus en verbinden deze met het trainingsmateriaal. Van tevoren kun je bijvoorbeeld een of meerdere van de volgende teksten insturen:

  • Een voorstel aan het bestuur of het management met juridische argumentatie;
  • Een antwoordbrief op een Wob-verzoek, of een andere beschikking die je hebt opgesteld;
  • Een antwoordbrief op een klacht;
  • Een brief of e-mail met juridische informatie aan een inwoner of collega;
  • Een brief aan een medewerker of inwoner over een (juridisch) gevoelig onderwerp;
  • Een (deel van een) verordening, beleidsregel of beleidsnotitie die je hebt opgesteld;
  • Een (deel van een) overeenkomst die je hebt opgesteld.

kroontjespen

Tijdens de training ontvang je persoonlijke, praktische opmerkingen en tips over de opbouw en vormgeving van je tekst. Hiermee kun je je schrijfstijl verder professionaliseren. Je leert veel van deze persoonlijke feedback, maar zeker ook van de feedback aan de overige deelnemers. Je ingestuurde document(en) ontvang je tijdens de training retour, voorzien van concrete opmerkingen van de docenten.

Naast deze praktische insteek passeren tijdens de training ook de volgende theoretische onderwerpen de revue:  Hoe formuleer ik kort en bondig, met oog voor de juridische geldigheid van de tekst? Hoe stem ik mijn schrijfwijze af op de ontvanger van mijn tekst? Hoe zorg ik voor een degelijke tekstopbouw? Hoe breng ik complexe juridische materie begrijpelijk onder woorden? Hoe kan ik mijn advies of standpunt helder beargumenteren op papier?

Vanzelfsprekend behandelt de training ook diverse struikelblokken bij het schrijven van foutloos Nederlands. Dit gebeurt door middel van korte oefeningen en uitleg daarbij.

Provincie Limburg handelde evident onrechtmatig

De provincie Limburg wil dat de gemeenten Heerlen en Landgraaf fuseren. Beide gemeenten hebben allerlei varianten van fusie en samenwerking besproken. Begin 2017 stelden de beide colleges een fusie voor, maar de gemeenteraad van Landgraaf stak daar een stokje voor. Het college viel om die reden en sinds begin maart is er in Landgraaf een nieuw college. Na het stuklopen van de besprekingen tussen de beide gemeenten nam de provincie Limburg met verve en in een moordend tempo het initiatief over. Eind januari werd een provinciale ARHI-procedure gestart en al na zeven weken werd het zogenaamde open overleg beëindigd met het doel om een herindelingsontwerp te maken. De provincie Limburg wist zich in deze ongekende daadkracht gedekt door een brief van toenmalig minister Plasterk van juni 2013. Daarin schrijft de minister dat provincies door moeten kunnen zetten indien herindelingsbesprekingen vast zijn gaan zitten. Deze brief heeft niet alleen in Limburg, maar ook elders geleid tot een veel sterkere provinciale regierol. Gevolg daarvan is dat de zeggenschapsrechten van de betrokken gemeenten danig in het gedrang komen.

En de provincie  Limburg heeft het helemaal bont gemaakt. In de zeven weken van het open overleg is kort gesproken met de colleges van Kerkrade, Brunssum, Voerendaal en Simpelveld. Vanwege een gebrek aan draagvlak konden deze gemeenten buiten de fusie blijven. Ten aanzien van Heerlen en Landgraaf constateerde de provincie echter aan het begin van de ARHI-procedure dat deze fusie al vast stond. Daar hoefde geen open overleg meer over te worden gevoerd en dat gebeurde dan ook niet. Onder dekking van de minister stelt een provincie hier dus zonder enige gêne een deel van de Wet ARHI buiten werking, waardoor de zeggenschapsrechten van de gemeente Landgraaf met voeten worden getreden. 

Een volgende vraag nu is wat een gemeente kan doen bij dit soort evidente onrechtmatigheden. Rechters branden hun vingers liever niet aan dit soort zaken. Een tot nu toe gangbare redenering is dat het hier gaat om een voorprocedure van wetgeving waar rechters niet in mogen interveniëren. Als dat ook in het geval Landgraaf wordt aangehouden betekent dit het algehele failliet van de wettelijke ARHI-procedure. In dergelijke gevallen worden gemeenten bijna gedwongen tot obstructie en bestuurlijke ongehoorzaamheid. De redenering dat het hier een voorprocedure van wetgeving betreft is echter niet goed vol te houden nu gemeenten voor hun invloed bij een herindeling enkel zijn aangewezen op het open overleg en een reactie op een voorliggend herindelingsontwerp, zoals in de wet gewaarborgd.|

magnet st pusle 003

|

Een evidente schending van deze zeggenschapsrechten geeft de rechter meer dan voldoende houvast om een streep te trekken en de provincie te gelasten de procedure geheel of gedeeltelijk over te doen. Het gaat hier beslist niet om beleidsoverwegingen of een ‘political question’, waardoor er geen enkele reden is voor rechterlijke terughoudendheid. Meer in algemene zin zijn er veel redenen om de rechtsbescherming van gemeenten bij herindeling aanzienlijk te versterken, want nu dreigt een wild-west cultuur te ontstaan, waarin gemeenten zonder zeggenschap in hun bestaan worden bedreigd. 

Tijdens de door ons georganiseerde studiemiddagen wordt ingegaan op het systeem van de Wet ARHI en op de invloed van het actuele herindelingsbeleid, zoals dat wordt gevoerd door provincie en rijk.

Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt toegelicht op welke wijze gemeenten het meest adequaat kunnen opereren. Er is veel ruimte voor debat en de beantwoording van vragen door de deelnemers.

Docent is prof. mr. Douwe Jan Elzinga. Hij adviseerde tal van gemeenten in lopende herindelingsprocedures en kent zowel de wettelijke regelingen als het herindelingsbeleid in alle haarvaten. Elzinga is als hoogleraar Constitutioneel Organisatierecht verbonden aan de RU-Groningen.

 Expertise workshop Hoofdzaken

Psychische klachten komen veel voor. Meer dan een miljoen werknemers loopt jaarlijks het risico op burn-out, somberheid, angst en andere psychische klachten. Onzekerheid over de eigen toekomst, financiële zorgen en/of veranderingen in werk of organisatie in combinatie met de eigen persoonskenmerken kunnen leiden tot psychische problemen. Het vroegtijdig (h)erkennen van klachten en het bespreekbaar maken ervan is belangrijk om te voorkomen dat klachten verergeren en leiden tot verzuim of langdurig uitval.      

Onze aanpak om de risico’s op uitval te reduceren bestaat uit een workshop van een dag.

Een dagdeel van deze workshop reserveren we voor het overdragen van expertise en kennis over psychische klachten. Wanneer is er sprake van een psychisch probleem? Welke psychische problemen komen het meeste voor? Hoe maak je onderscheid tussen “normaal” gedrag, symptomen, stoornissen, persoonlijkheid en klachten? We gaan in op het ontstaan, het beloop en de behandeling van psychische klachten. We geven een state of the art overview van de huidige inzichten van veel voorkomende psychische klachten. In deze workshop reiken we een gemeenschappelijke bril aan om klachten, problemen en stoornissen te leren zien en herkennen. We besteden aandacht aan de behandeling van diverse klachten. Zodat duidelijk wordt wanneer coaching een goed instrument is. Of therapie aan de orde is. Of andere interventies nodig zijn.

In het tweede dagdeel vergroten we vaardigheden. Aan de hand van een door deelnemers voorbereide casus helpen we bij het voeren van het goede gesprek. Hoe ga je het gesprek aan met medewerkers waarvan je vermoedt dat er “iets” aan de hand is? Hoe voer je het gesprek en in welke volgorde maak je zaken bespreekbaar? Deelnemers wordt geleerd het goede gesprek te voeren waarin de volgende onderwerpen aan de orde zullen komen:

  • Lichamelijk en psychisch functioneren;
  • Persoonlijke factoren;
  • Privé factoren;
  • Omgevingsfactoren.

Na het volgen van deze workshop:

  • Zijn deelnemers in staat veel voorkomende psychische klachten te herkennen;
  • Het verschil te maken tussen gedrag, persoonlijkheid, symptoom, klacht en stoornis;
  • Het gesprek te voeren over psychische klachten;
  • Te weten wat passende interventies zijn en wanneer deze in te zetten.

Mobiliteit en inzetbaarheid binnen de overheid

Het rapport van het Ministerie BZK “Trends en Cijfers Publieke Sector (2016)” spreekt duidelijke taal. De gemiddelde leeftijd van de werknemers van de Gemeenten is gestegen van 48 naar 48,3 jaar. Het aantal medewerkers van 55+ is gestegen. Het aandeel jongeren (jonger dan 35 jaar) is teruggelopen.

Het verzuim bij gemeenten ligt zo’n 30% hoger (Bron: Personeelsmonitor gemeenten 2015) dan in het bedrijfsleven. De belangrijkste oorzaken zijn de werkdruk, stress en de onzekerheid die reorganisaties en veranderingen met zich meebrengen. Het langdurig verzuim is hoger bij de oudere medewerkers.    Mede vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap is het Generatiepact “bedacht”. Het Generatiepact is een afspraak tussen werkgever en werknemer met als doel de gemiddelde leeftijd in het gemeentehuis naar beneden te brengen. De ervaring leert dat het bieden van financiële duidelijkheid aan deelnemers over het Generatiepact de tevredenheid bevordert en het risico op (langdurig) verzuim vermindert. In  de praktijk maken nog maar weinig gemeenten gebruik van de mogelijkheden van het Generatiepact. Na het volgen van deze workshop zal dit zeker veranderen! 

Deze workshop:

In deze workshop laten we zien wat er nodig is om deelname aan een Generatiepact te bevorderen. Uiteraard informeren we u over het Generatiepact en geven we tips voor succesvolle implementatie. Daarnaast laten we u echter op een bijzondere manier ervaren wat het betekent om “aan de slag te gaan” met de eigen huidige en toekomstige inzetbaarheid. We spelen het zogenaamde GOLF spel, waarbij GOLF staat voor gezondheid, ontwikkeling, loopbaan en financiën. In dit speelse, competitieve en serieuze spel ervaart u de betekenis van verminderde inzetbaarheid op uw toekomstige loopbaan en financiële situatie. U krijgt dilemma’s voorgeschoteld, gewetensvragen en uw kennis over de arbeidsmarkt wordt getoetst. Het spel vormt een prima basis om in uw eigen organisatie op een praktische en laagdrempelige wijze met